De Wieden

De Wieden 2018-04-26T12:25:47+00:00

jonen 4belt 3foto 5De Wieden is een moerasgebied dat in de zeventiende eeuw is ontstaan door vervening. Het bestaat uit trekgaten en plassen, rietvelden, hooilanden en moerasbos. De Wieden vormt samen met het aangrenzende Nationaal Park De Weerribben één van de belangrijkste laagveenmoerasgebieden van West-Europa.

De Wieden is ontstaan door turfwinning. Toen de vraag naar turf steeg, werden de uitgebaggerde trekgaten steeds breder en de legakkers steeds smaller – soms zelfs zo smal, dat bij storm het land door de golven werd weggeslagen. Zo ontstonden de grote plassen in De Wieden. De resterende trekgaten groeien geleidelijk dicht.

Dit verlandingsproces kent verschillende stadia, waaronder zeldzame drijftillen en trilvenen. Dit zijn dunne drijvende vegetaties die met het water meebewegen. In trilveen groeien onder meer schorpioenmos en bijzondere zeggen- en orchideeënsoorten. Om de verschillende verlandingsstadia met bijbehorende dieren en planten te behouden, maakt Natuurmonumenten dichtgegroeide trekgaten open en worden nieuwe trekgaten gegraven. Deze gaten groeien vervolgens weer dicht.

Hier ontstaat na vijftig tot zestig jaar moerasbos, dat bestaat uit els, wilg en berk. Zo’n moerasbos is waardevol voor zangvogels als de wielewaal. In de zomer vissen grote groepen aalscholvers in het gebied. ’s Winters verblijven er veel eenden als grote zaagbek, kuif- en tafeleend. In de zomer broeden de purperreiger en snor in overjarig riet.

wieden2

De riet- en hooilanden worden jaarlijks gemaaid, omdat ze anders in moerasbos veranderen. Door het maaisel af te voeren, blijft het hooiland schraal. Er groeien bijzondere planten als rietorchis en dotterbloem. Langs de slootkanten staat waterzuring, waar de grote vuurvlinder zijn eitjes op afzet. De rupsen eten van dezelfde plant en verpoppen er vervolgens ook. Natuurmonumenten let er bij het maaien van de hooilanden op dat deze plant, evenals de nectarplanten kattenstaart en koninginnenkruid, blijven staan. De grote vuurvlinder komt alleen nog in de Kop van Overijssel voor en op enkele plaatsen in Friesland. Sommige stukken riet maait Natuurmonumenten eens per twee, drie jaar. Hier ontstaat overjarig, beschut riet waar grote karekiet en roerdomp hun nest in bouwen. De graslanden worden laat gemaaid, zodat weidevogels als grutto en watersnip hun jongen kunnen grootbrengen.

De bossen rond de eendenkooien zijn soms honderd jaar oud en dienden om de eenden te lokken om ze te kunnen vangen. Nu vormen ze een rustplaats voor veel dieren. Tijdens een vaarexcursie kunt u de Grote Otterskooi bezoeken, de oudste eendenkooi van Europa.

Bezoekerscentrum Natuurmonumenten
Het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten ligt op een steenworp afstand van onze camping. Het centrum is gesitueerd op de plaats waar vroeger het dorpje Beulake lag. Bij een stormvloed is dit dorpje in voreger tijden vergaan.
In het centrum kan men informatie verkrijgen over de geschiedenis, de planten, de dieren en het beheer van de Wieden.

Er zijn videofilms, een diashow en een bibliotheek, en er is een oude veenschuur met werktuigen, die men vroeger gebruikte in de vervening. Men kan u uitgebreid informeren over de vele mogelijkheden in de Wieden voor wandelaars, fietsers en kanovaarders.

Vanuit het centrum worden diverse excursies per boot georganiseerd door de Wieden. Alle excursies gaan per open boot, onder leiding van een deskundige schipper/natuurgids. Vertrekpunt van alle excursies is het bezoekerscentrum De Wieden in St.Janskloooster.

Diverse folders hierover liggen in het ‘Achterhuus’ ter inzage en/of zijn te verkrijgen bij het bezoekerscentrum.

Ook zijn er speciale jeugdactiviteiten, welke zeer interessant zijn.

Bron: Natuurmonumenten.